Hokjeswereld
Maritiem concrete stappen
Leerlingen kunnen meer
VMBO regeling
Onderdompelen #1
Filmdag Maritiem
Quickscan

Thuisonderwijs in coronatijden, hoe richt je dat in?

8 april 2020

Door de coronacrisis zijn de scholen gesloten en word je als docent ineens verplicht om na te denken hoe je onderwijs inricht als er geen fysieke klaslokalen meer zijn. Veel ontwikkeltijd krijg je daar niet voor, alles moet direct klaar zijn. We vroegen een aantal docenten naar hun ervaringen over deze ‘grootste onderwijsvernieuwing ooit’. Aan het woord zijn Bodil, Marrit, en Erik van verschillende scholen in Utrecht, Groningen en Kollum. Bodil en Marrit zijn docenten Beeldende Kunst op twee verschillende scholen. Erik is docent Biologie en bovendien i-coach voor ondersteuning van collega’s in digitale didactiek en het gebruik van digitale middelen. Die rol blijkt nu van immens belang.  

Bodil en haar ‘online school’.

Hoe beleef je het om docent te zijn vanuit de woonkamer?

Het is nog steeds flink wennen om al je lessen vanuit de woonkamer voor te bereiden en te geven, zegt Bodil. “Ik mis het directe contact met mijn leerlingen enorm. Normaal kun je tussendoor even checken hoe het met ze gaat, wat ze doen en waar hulp nodig is, ook als ze daar zelf niet om vragen. Er is dus altijd tussentijdse reflectie op werk en werkhouding. Nu moet dat online en dat voelt (nog) heel kunstmatig”. 


“Ik mis het contact met de leerlingen en de mogelijkheden die je op school in een kunstlokaal hebt”

Marrit, docent beeldende kunst

Ook de andere twee docenten geven aan dat ze het contact met de leerling het meest missen. “Puur het docent vanuit de woonkamer zijn ervaar ik nu als saai”, zegt Erik. “Ik mis de interactie met de leerlingen en het voelt nu alsof we maar voor de bühne opdrachten naar de leerlingen aan het schuiven zijn. Zeker in het VMBO gaat het vaak meer om de vorm dan de inhoud. Nu de vorm – dus de interactie – wegvalt, merk ik dat het onwennig is zo.” Marrit: “Het is niks voor mij. Ik mis het contact met de leerlingen en de mogelijkheden die je op school in een kunstlokaal hebt”. 

Werkplek in coronatijden.

Echter, deze nieuwe rol van docent vanuit de woonkamer brengt niet alleen maar slechte ervaringen. Bodil: “Het is ook een mooie manier om veel nieuwe lesvormen en opdrachten uit te proberen. Het is een spannend experiment om alles compleet anders aan te pakken, ook al is dat noodgedwongen.” Ook Erik ervaart het als i-coach wel positief: “Het is leuk om docenten te helpen met het digitaal lesgeven”, zegt hij. “Dus filmpjes maken, powerpoints inspreken, en het gebruiken van de digitale leeromgevingen van de school. In die zin heb ik een heel verantwoordelijke rol, en gelukkig krijg ik vooral positieve reacties.”

Hoe heb je je onderwijs nu gestructureerd?

“We maken gebruik van veel verschillende digitale middelen om ons onderwijs in te richten. Magister, ons leerlingvolgsysteem, is leidend”, zegt Erik. “Hier hebben de leerlingen hun digitale agenda en de docenten vullen nu bij de lessen het huiswerk in. Dit wordt bij de onderbouw zoveel mogelijk op de laptop gemaakt met de digitale lesmethoden (bijvoorbeeld Biologie voor Jou MAX). Als dat er niet is, moeten de leerlingen een foto maken en naar de vakdocent mailen. We werken dus niet met live digitale lessen, maar de leerlingen krijgen per dag huiswerk voor de vakken die ze normaal volgen. Instructies daarvoor worden gegeven met ingesproken PowerPoints op ons YouTube kanaal, speciale websites die door docenten gemaakt zijn in WordPress, of instructiefilmpjes die al voorhanden zijn op YouTube.” 


We werken dus niet met live digitale lessen, maar de leerlingen krijgen per dag huiswerk voor de vakken die ze normaal volgen.

Erik, docent biologie

Ook Bodil geeft haar leerlingen opdrachten via Magister om zelf thuis uit te voeren volgens hun eigen planning. Maar, wel met een vooropgestelde deadline. “Daarbij moet ik wel rekening houden met het feit dat sommige leerlingen nauwelijks materialen in huis hebben die ze voor de kunstlessen kunnen gebruiken”, zegt ze. “Dus dat is een leuke uitdaging.” En bij zo’n bijzondere situatie als deze kan je natuurlijk heel goed aansluiten met een vak als Beeldende Kunst. “Op dit moment loopt de opdracht om een fotoserie te maken over je leven in quarantaine”, zegt Bodil.

“Hoe vul je je dag? Wat doe je? En hoe verbeeld je dat? Mijn tweede en derde klassen geef ik de opdracht om een specifiek onderwerp te kiezen, bijvoorbeeld hun eenzame wandelingen of alle uitgeprinte A4’tjes die voor de ruiten van cafés hangen waarop de mededeling staat dat ze gesloten zijn. De leerlingen zijn dus behoorlijk vrij in welke invulling ze aan de opdracht willen geven. Dat vind ik juist mooi. Ze moeten natuurlijk wel kunnen beredeneren waarom ze welke keuzes hebben gemaakt en daarnaast hebben ze een aantal eisen waar ze rekening mee moeten houden, zoals het camerastandpunt, compositie en vormgeving van de fotoserie. Aan de hand daarvan kan ik ze feedback geven en beoordelen.”

Andere scholen pakken het weer anders aan en houden juist wel vast aan een de lessenstructuur. Op Marrits school volgen ze zo’n klassieker rooster. “Wij werken met een rooster met online lessen via videobellen. Daarnaast geef ik de leerlingen opdrachten die ze thuis kunnen maken. Ik heb de opdrachten opgedeeld in kleine stappen. De leerlingen leveren tussendoor steeds een deel van de opdracht in waar ik ze dan feedback op geef. Daarna werken ze door naar de volgende stap.”

Discord, het ‘online schoolgebouw’ van de school van Erik.

Omdat er geen live lessen zijn op de school van Erik, is het belangrijk dat leerlingen op andere manieren wel in contact kunnen blijven met de docenten. Erik: “Dit gaat bij ons via het game chatprogramma Discord waar een groot deel van de leerlingen in zit. Voor ieder vak en voor iedere mentorklas is een kanaal (een soort groepschat) aangemaakt. De leerlingen mogen zowel in hun mentor-kanaal praten als bij specifieke vakken vragen stellen.

De vak-kanalen, bijvoorbeeld Biologie, worden op verschillende momenten door een van de biologiedocenten bemenst. Alle kanalen functioneren als een soort schoolgebouw. Ze zijn open vanaf 9 uur, en ergens tussen 4 en 5 gooi ik ze dicht. Mentoren inventariseren één keer per week bij vakdocenten hoe de opdrachten gemaakt worden.” Daarnaast proberen ze op zijn school ook persoonlijker contact te houden met de leerling, wat niet zozeer over de vakken gaat. “Mentoren hebben ook één keer per week contact met het thuisfront om te vragen hoe het bij hen gaat en eventueel opmerkingen van vakdocenten door te geven”, zegt Erik. 


“Mentoren hebben ook één keer per week contact met het thuisfront om te vragen hoe het bij hen gaat en eventueel opmerkingen van vakdocenten door te geven”

Erik, docent biologie

Zie je de crisis ook als een kans? Of is het daar de vroeg voor?

Als deze crisis voorbij is en de docenten weer samen met hun leerlingen in één klaslokaal kunnen zitten, nemen ze hun ervaringen – zowel positief als negatief – mee voor in het reguliere onderwijs. Voor Marrit is het nog te vroeg om te kunnen benoemen welke ervaringen ze gaat meenemen: “Op dit moment lukt het mij niet om het als kans te zien. Ik mis de positieve energie die ik normaal gesproken van mijn werk krijg. Misschien dat dat later komt.”

Daarbij komt dat er zeker ook praktische beperkingen spelen, zegt Erik. We merken heel erg dat we tegen de beperkingen van andere bedrijven aanlopen. Magister, Malmberg e.d. kunnen (logisch) de druk niet aan. Hierdoor hebben we alsnog moeite om alles goed geregeld te krijgen.” Toch ziet hij ook kansen voor digitaal onderwijs na de crisis: “Ik zie mogelijkheden voor leerlingen die langdurig ziek thuis zitten of voor docenten die vanwege een ziek kind thuis moeten blijven.” 


Ik merk dat mijn opdrachten meteen vrijer zijn geworden: ze krijgen een opdracht en uitleg, maar moeten daarna zelfstandig aan de slag.

Bodil, docent beeldende kunst

Quarantainekunst: de beeldende opdracht voor Bodil’s leerlingen.

Ook Bodil kan de positieve kant van deze vorm van onderwijs inzien. “Het is absoluut een mooie kans om te experimenteren”, zegt ze. “Je bent minder bezig met alledaagse dingetjes, zoals materialen regelen en kleine problemen oplossen. Dat betekent dat er meer tijd en ruimte is voor de ontwikkeling van nieuwe opdrachten en de vraag wat je nou écht van de leerling verwacht. Ik merk dat mijn opdrachten meteen vrijer zijn geworden: ze krijgen een opdracht en uitleg, maar moeten daarna zelfstandig aan de slag. Ik kan ze minder tussentijdse ondersteuning bieden bijvoorbeeld. Natuurlijk ben ik digitaal beschikbaar voor vragen, maar ze zullen zelfstandiger aan de slag moeten dan wanneer ik in het klaslokaal rondloop. Dus de manier waarop ik de opdrachten geef, verandert daardoor ook. Dat vind ik juist heel interessant”. 

En, zegt Erik, als i-coach merkt hij een grote verandering bij zijn collega’s in het gebruik van digitale middelen voor hun lessen.  In de toekomst kunnen deze middelen dan ook in regulier onderwijs een prominentere rol aannemen. “Docenten krijgen meer vaardigheden én zelfvertrouwen in het werken met de laptop en de computer”, zegt hij. “Ik ben er niet van overtuigd dat we lesgebouwen meteen in de verkoop kunnen zetten, maar het is zeker fijn om het aanvullend te gebruiken.”