Hokjeswereld
Maritiem concrete stappen
Leerlingen kunnen meer
VMBO regeling
Onderdompelen #1
Filmdag Maritiem
Quickscan

Blik van de docent: Robert-Paul Wolters

16 april 2020

Hoe ga je als docent om met de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van de leerling? Zeker zonder schoolgebouw is deze vraag extra belangrijk. Kunstdocent en onderzoeker Robert-Paul vertelt hoe hij zijn leerlingen eigenaarschap geeft in hun leerruimte en welke rol kunstonderwijs daarin speelt. Welke letterlijke en figuurlijke ruimte geef je leerlingen om te leren hoe ze willen? En hoe doe je dat als je geen fysieke ruimte meer deelt?

“Kunstonderwijs draagt bij aan je persoonlijke ontwikkeling, omdat je leert om niet alles op een bepaalde manier te zien. Kunstonderwijs verbreedt je horizon. Het geeft je een gedachtegang die anderen niet hebben en die je zal helpen in het leven.”

Lisa, 16 jaar

Momenteel zijn het bijzondere tijden in het onderwijs. Dat wil zeggen, meer dan anders. De coronacrisis dwingt tot inventieve oplossingen voor onderwijs op afstand en dat maakt dat docenten door het hele land voor nieuwe uitdagingen worden gesteld. Omdat bijna niemand vertrouwd is met de (on)mogelijkheden van de huidige situatie, is het een uitgelezen kans om te experimenteren met facetten als zelfstandigheid, verantwoordelijkheid, autonomie en, voor docenten, (durven) vertrouwen en loslaten. 

Leerling de ruimte geven

Mijn naam is Robert-Paul Wolters en ik ben nu zo’n 12,5 jaar als docent Kunst & Design verbonden aan het Zuider Gymnasium, Rotterdam. In iedere andere tijd heb ik de beschikking over een groot en fraai ingericht lokaal. Nu beperkt mijn werkplek zich tot een hoek van de bank, die meestal ook nog gedeeld moet worden met de kat.

Daarnaast ben ik ook op afstand bezig met de afrondende fase van mijn master kunsteducatie aan het Piet Zwart Instituut (WdKA). Ook dat roept uitdagingen op. Ironisch genoeg richt mijn onderzoek zich voor een significant deel op de fysieke onderwijsruimte en de relatie die deze heeft met de mate van artistiek handelingsvermogen van leerlingen. In de praktijk houdt dat in dat ik zo’n beetje elke les zie als een kans om de leerlingen op een andere manier ‘ruimte te geven’ (letterlijk en figuurlijk) en hun handelen te analyseren en daarop, samen met henzelf, te reflecteren. 


Juist door verbeelding worden leerlingen gedwongen om op een heel ander, persoonlijk niveau na te denken.


Persoonlijk onderwijs

Voor mij gaat onderwijs, en kunstonderwijs voorop, namelijk niet alleen over het opdoen van kennis (in het algemeen), maar vooral over inzicht in de eigen persoon. Juist beeldende opdrachten vergen een andersoortige manier van denken dan de (bij veel andere vakken gebruikelijke) reproductieve cognitieve vermogens. Juist door verbeelding worden leerlingen gedwongen om op een heel ander, persoonlijk niveau na te denken. Hoe zie ik iets voor me, wat wil ik daarvan delen met anderen, en hoe vind ik het prettig om dat dan te delen? Door creatie als medium te gebruiken, worden aanvullende vragen opgeroepen, die ook technisch van aard zijn. Waarmee wil ik dit verbeelden, beheers ik die techniek al, wat heb ik nodig en wat is mijn plan van aanpak? Uitgaande van dergelijke reflectieve vraagstukken is het ergens logisch dat de leerling ook nadenkt over andere belangrijke vragen. Bijvoorbeeld: wat wil ik leren, op welke manier wil ik dat leren en wat moet ik creëren om te bewijzen dat ik iets op een bepaalde manier heb geleerd? 


Dit is de plek waarin leerlingen veilig kunnen experimenteren en fouten mogen maken


Zelfstandigheid

De ruimte is allesbepalend om leerlingen hun eigen handelingsvermogen te laten ontdekken. Dit is de plek waarin leerlingen veilig kunnen experimenteren en fouten mogen maken. Dat wil zeggen, als de relatie met de docent goed is én de docent zich terughoudend opstelt in het verbeteren of corrigeren. Dat kan alleen als de docent ruimte biedt, vertrouwen uitspreekt en actief werkt aan een goede relatie met de leerling. Als die relatie goed is, dan zullen leerlingen niet snel misbruik maken van die relatie of de relatie moedwillig beschadigen. In de praktijk gebeurt dat vaak alleen als de relatie scheef is, of anderszins verstoord. Het is goed om te beseffen dat zodra leerlingen het schoolplein opwandelen ze in de ‘schoolstand’ komen. Geen leerling ziet het klaslokaal van nature als een plek voor anarchie of rebellie.


Het is goed om te beseffen dat zodra leerlingen het schoolplein opwandelen ze in de ‘schoolstand’ komen.


Door leerlingen ruimte te bieden (fysieke ruimte bedoel ik dan), vanuit de voorwaarde dat het werkruimte betreft, kan het gedrag van leerlingen gestuurd worden richting zelfstandig en verantwoordelijk handelen. Zeker als er ook fysiek ruimte is om je even terug te trekken. Ik doe nooit moeilijk over een toiletbezoek en soms laat ik een leerling ook even een rondje lopen ter inspiratie of om even de energie te verliezen. Als de relatie goed is, zal ook daarvan geen misbruik worden gemaakt. Integendeel, het zal de relatie verbeteren en de leerling zal zich meer vertrouwd voelen, wat bijdraagt aan een meer motiverende houding in de lespraktijk. 

Digitale ruimte geven

De huidige situatie (ik in mijn hoekje van de bank, leerlingen thuis op hun kamer) maakt dat bovenstaande inzichten nu lastig te integreren zijn in de dagelijkse praktijk. Toch ervaar ik dat leerlingen ook vanuit huis bovengemiddeld gemotiveerd zijn. Waar sommige collega’s uit alle macht proberen de controle te pakken (wat bijna niet te doen is), hanteer ik nu wederom het principe van loslaten en vertrouwen op de zelfstandigheid van mijn leerlingen. Ik probeer contact te onderhouden via Microsoft Teams en ik ben ook bereikbaar via mail, en voor de examenleerlingen ook via Whatsapp. De leerlingen zijn vrij om mij te benaderen voor feedback en dat gebeurt dan ook veelvuldig.

De tekst loopt onder de afbeelding door

Ook nu is het de kunst om vanuit relatie te handelen. Altijd even een kleine toevoeging: hoe is het met je, hoe voel je je, lukt het allemaal thuis, overzie je het nog, kan ik iets voor je doen? Leerlingen waarderen dat enorm. En in mijn overtuiging maakt dat ze ook bereidwillig om mee te denken in (praktische) oplossingen die zich opperen. Zo hebben de onderbouwklassen bedacht om werk te tonen via Instagram, middels een bepaalde hashtag (#) zodat ik het snel kan terugvinden en desgewenst van feedback kan voorzien. 

Fysieke ruimte

Natuurlijk zijn er nu ook beperkingen. Leerlingen hebben thuis niet altijd materialen voor handen waarmee ze kunnen creëren op een manier die ze graag zouden willen. Hun fysieke ruimte is daarbij geen werkruimte, maar een leefruimte, slaapruimte of terugtrekruimte. Het is heel erg lastig om schoolactiviteiten in die soorten ruimte te integreren, ook al verwachten veel docenten dat wel. Het is voor mij belangrijk daarin coulant en begripvol te zijn en mee te denken over mogelijkheden. Voorop staat nu dat ze ook in hun persoonlijke omgeving actief bezig zijn met hun artistieke proces (en dat ze daarin steeds blijven reflecteren op hun eigen handelen). Daarbij gaat het niet zozeer over de artistieke kwaliteit van het eindproduct. Dat is voor veel docenten mogelijk even schakelen, tegelijkertijd is het mijn overtuiging dat een kwalitatief eindproduct geen garantie is voor een kwalitatief leerproces. 


Hun fysieke ruimte is daarbij geen werkruimte, maar een leefruimte, slaapruimte of terugtrekruimte. Het is heel erg lastig om schoolactiviteiten in die soorten ruimte te integreren.